Big Ben, London, SW1A 0AA
Mon – Sat 8:30 – 17:30
info@accountancytheme.com

Belastingvermindering op laadpaal voor zelfstandige, vennootschap en particulier

Een belastingvermindering op laadpaal zowel voor zelfstandige, vennootschap en particulier want vanaf 2026 moeten bedrijfswagens elektrisch zijn om van 100% aftrekbaarheid te kunnen blijven genieten.  Voor wagens op fossiele brandstoffen is een traject voorzien waarbij de aftrek vanaf juli 2023 tot 2028 jaar na jaar  vermindert.  Bestaande contracten worden niet gewijzigd.

Om deze overgang zo goed als mogelijk te laten lopen steunt de overheid de installatie van een laadpaal bij uw bedrijf of bij u als particulier.

Zelfstandigen en vennootschappen

Voor zelfstandigen en vennootschappen is momenteel een laadpunt 100% aftrekbaar.  Vanaf 1 september 2021 wordt de aftrek verhoogd naar 200% en dit tot en met 31 december 2022.  Tussen 1 januari 2023 en 31 augustus 2024 daal de aftrekbaarheid naar 150%.

Voorwaarden:

  • minstens een deel van de dag vrij toegankelijk zijn voor derden;
  • voorzien zijn van intelligente software (de laattijd en laadvermogen moet kunnen worden gestuurd door een energiebeheerssysteem)

De gedane investering kan worden afgeschreven ten belope van 200% als de investering gebeurt in de periode van 1 september 2021 tot 31 december 2022; en ten belope van 150% als de investering gebeurt in de periode van 1 januari 2023 tot 31 augustus 2024.

Particulieren

Particulieren kunnen rekenen op een belastingvermindering van 45% met een maximum van 1.500 EUR per laadpaal voor een installatie tussen 1 september 2021 tot en met 31 december 2022.  Vanaf 2023 wordt het voordeel afgebouwd naar 30% en vervolgens naar 15% vanaf 2024.  Zowel huurders als eigenaars hebben recht op de belastingvermindering.

Voorwaarden:

  • in nieuwe staat worden verkregen;
  • het gaat om levering met plaatsing (een door de particulier aangekocht en zelf geplaatst laadstation komt niet in aanmerking);
  • de plaatsing moet gebeuren in de woning van de belastingplichtige (zijn woning op 1 januari van het aanslagjaar);
  • de belastingplichtige kan slechts 1x aanspraak maken op de vermindering;
  • het laadstation moet werken op groene stroom (zonnepanelen zijn niet nodig, een contract voor 100% groene stroom met de elektriciteitsmaatschappij is ook goed);
  • voorzien zijn van intelligente software (digitaal aansluitbaar op een beheerssysteem dat laattijd en laadvermogen kan sturen);
  • gekeurd zijn door een erkend keuringsmechanisme.

Voor verdere informatie kunt u steeds met ons contact opnemen.

Nieuwe BTW-regels voor E-Commerce vanaf 1 juli 2021

Nieuwe BTW-regels voor E-Commerce vanaf 1 juli 2021

Nieuwe BTW-regels voor E-Commerce (internet aankopen) vanaf 1 juli 2021

Vanaf 1 juli 2021 verdwijnt de btw-vrijstelling voor de invoer van goederen met een waarde van niet meer dan 22 euro.

Dat betekent dat je als consument voor ALLE goederen die je buiten de EU invoert (bvb. Amerika, China, Verenigd Koninkrijk, enz) BTW moet betalen als je ze online koopt.
Bijvoorbeeld alle aankopen van gekende websites zoals Aliexpress of Wish.

Alle informatie omtrent pakketten verzenden en ontvangen kan u terugvinden op de website van de FOD Financiën Douane & Accijnzen

Voor verdere informatie kunt u steeds met ons contact opnemen.

 

Dagvergoedingen voor bedrijfsleiders en werknemers

Dagvergoedingen binnen- en buitenlandse dienstreizen voor bedrijfsleiders/werknemers

Wanneer van toepassing?

Telkens er een beroepsverplaatsing is met een afwezigheid van minstens 6 uur en verder dan 25 km van zijn ‘standplaats’ .
Beroepsverplaatsing = bezoek klanten, leveranciers, prospectie, opleidingen. Hierbij wordt uitgesloten beroepsverplaatsingen naar vaste plaatsen van tewerkstelling.
Vaste plaatsen van tewerkstelling zijn plaatsen waar u meer dan 40 dagen per jaar komt. Deze dagen hoeven niet noodzakelijk op elkaar te volgen.

Voor wie bestemd?

Voor zelfstandige bedrijfsleiders (zaakvoerders, bestuurders) van vennootschappen en werknemers.  Niet voor zelfstandige eenmanszaak.

Hoeveel bedragen de vergoedingen?

Sinds 01.04.2020 geldt er een dagvergoeding van € 17,41 (voorheen € 17,06)
Indien u zo goed als dagelijks beroepsmatig de baan op moet, geldt er een maximumbedrag van € 278,56/maand (16 x € 17,41).

Wat dekken deze vergoedingen?

Maaltijden en dranken die worden aangekocht gedurende de zaken- of dienstreis.

Wat dekken deze vergoedingen niet?

Alle andere kosten (verplaatsingen, representatiekosten, …) dienen bewezen te worden

De verplaatsing mag geen aanleiding geven tot een maaltijd die door de werkgever/vennootschap of een derde wordt betaald
(Bijvoorbeeld een deelname aan seminarie waarbij de maaltijd inbegrepen is in de deelnameprijs, toegang tot een bedrijfsrestaurant van de werkgever of een derde, of een klant of leverancier die een maaltijd voorziet of indien u gaat eten tijdens de dienstreis en een restaurantbonnetje inbrengt in de boekhouding mag u dit niet combineren met een dagvergoeding)

Tevens mogen er geen andere voordelen worden toegekend om de maaltijdkosten te dekken, zoals bijvoorbeeld maaltijdcheques. In dat geval moet de werkgeversbijdrage worden afgetrokken van het toegekende forfait.

Hoe bewijzen?

De echtheid van de verplaatsingen dient aangetoond te worden (agenda, afspraken met klanten, …).
Het is hierbij aangewezen om het begin en eind uur van uw verplaatsingen bij te houden.

Fiscaal regime van deze vergoedingen?

Voor uw vennootschap zijn deze 100% aftrekbaar. Voor uzelf zijn deze vergoedingen niet belastbaar.
Let op! Uw dagvergoeding zal door de fiscus toch belast worden als loon indien u meer dan € 17,41 (of € 278,56) opneemt, maar ook als uw verplaatsing geen zes uur duurt!

Werfbezoeken?

Werknemers/bedrijfsleiders in de bouwsector kunnen geen gebruik maken van een belastingvrije dagvergoedingen. Werven worden immers steeds als een plaats van tewerkstelling beschouwd, ook al komt u daar minder dan 40 dagen per jaar, aldus de rechter (Gent, 06.02.2018).

Dagvergoedingen in het buitenland

Het volledige bedrag van de dagvergoeding mag in aanmerking genomen worden voor elke volle dag afwezigheid, dit is een dag tussen 2 overnachtingen op dienstreis.
Voor de dagen van vertrek en terugkeer mag slechts de helft van de forfaitaire vergoeding als kost eigen aan de werkgever in aanmerking worden genomen.

Het volledige bedrag mag ook toegekend worden voor dienstreizen met vertrek en terugkeer binnen dezelfde dag met een afwezigheid van minstens 10 uren. Of dit het geval is moet gekeken worden naar de afwezigheid van de werknemer of bedrijfsleider van zijn vaste plaats van tewerkstelling (standplaats) tot het uur van terugkeer aldaar.

Indien men meer dan 30 dagen ononderbroken in het buitenland zit zijn er andere spelregels van toepassing.

 

Voor verdere informatie kunt u steeds met ons contact opnemen.

 

UPDATE 01/11/2020: Maatregelen voor zelfstandigen door Corona

Waarop kan ik beroep doen als zelfstandige omwille van (verplichte) sluiting door Corona?

Hieronder vindt u de maatregelen voor zelfstandigen die momenteel van toepassing zijn voor zelfstandigen die getroffen worden door Corona.
Deze pagina wordt ge-update van zodra wij over bijkomende informatie beschikken.

1. Volledig overbruggingsrecht

Voorwaarden:

Wanneer je als zelfstandige je activiteiten moet onderbreken omdat je

1/ Door de overheid wordt verplicht

ofwel

2/ Omdat je uw zaak sluit uit vrije wil (bvb. omdat er geen klanten meer komen of omdat te veel van je werknemers afwezig zijn)

In beide gevallen kan je rekenen op het overbruggingsrecht.  Bij verplichte sluiting heb je al recht op een uitkering na 1 dag onderbreking.  In het andere geval krijg je de uitkering nadat je 7 opeenvolgende dagen geen activiteiten uitoefent.

Café en restaurantuitbaters hebben een aparte regeling.  Deze kan u hier terugvinden.

Hoeveel bedraagt het overbruggingsrecht?

Je krijgt een uitkering van 1.291,69 euro (of 1.614,10 euro als je een persoon ten laste hebt bij je ziekenfonds).

Van toepassing voor:

  • Je bent zelfstandige in hoofdberoep (eenmanszaak, werkend vennoot en bedrijfsleider) of als meewerkende partner.
  • Je bent zelfstandige in bijberoep, waarbij je minstens de minimumbijdrage betaalt van een zelfstandige in hoofdberoep (739,05 euro).
    Je moet jezelf dan wel al een gevestigde zelfstandige mogen noemen. Dat wil zeggen dat de bijdrage die je betaalt gebaseerd is op je inkomen van drie jaar geleden.
    Starters in bijberoep komen dus niet in aanmerking

EN

  • je bent door de overheid verplicht je zaak minstens 1 dag te sluiten.
  • je werkt in een andere sector, en je beslist je onderneming minstens 7 opeenvolgende dagen volledig te sluiten.
    Bijvoorbeeld omdat je te weinig klanten hebt, of omdat je zaak (grotendeels) afhangt van een sector die nog verplicht gesloten is.

Het overbruggingsrecht dient worden aangevraagd bij het sociaal verzekeringsfonds bij wie u bent aangesloten.

2. Overbruggingsrecht voor quarantaine en gesloten klas, school of kinderopvang

Vanaf september kunnen zelfstandigen in bepaalde gevallen een beroep doen op het klassieke overbruggingsrecht.

In welke situaties kan ik een uitkering aanvragen?

1/ Zelfstandigen die in quarantaine moeten en daardoor minstens 7 opéénvolgende kalenderdagen hun activiteiten volledig onderbreken.

In deze situatie is een quarantaine-attest vereist. Dat attest staat op je eigen naam of op naam van iemand die op hetzelfde adres staat ingeschreven

2/ Zelfstandigen die instaan voor de zorg van hun kind(eren) door het sluiten van school, klas of kinderopvang en hierdoor minstens 7 opéénvolgende kalenderdagen hun activiteiten volledige onderbreken.

Vereiste documenten die je moet toevoegen aan je aanvraag zijn:

  • Beslissing van de directie van de school of een beslissing van de kinderopvang.
  • Zorg je voor een kind dat ouder is dan 12 jaar? Dan is ook een specifieke motivering vereist waarom de ouder instaat voor zorg van kind.

Wanneer kom je niet in aanmerking?

  • Als je je zelfstandige activiteit thuis kunt verderzetten;
  • Als je omwille van niet-essentiële redenen bent afgereisd naar een gebied dat op het moment dat je vertrekt, is aangeduid als een rode zone.
  • Als je arbeidsongeschikt bent en recht hebt op een ziekte-uitkering. Een uitkering van het ziekenfonds heeft altijd voorrang op deze uitkering, ook al zou het bedrag van de ziekte-uitkering lager zijn.

Van toepassing voor: 

Elke zelfstandige die de afgelopen 4 kwartalen aangesloten is als zelfstandige in hoofdberoep of als meewerkende partner en tijdens de afgelopen 16 kwartalen minstens 4 kwartalen effectief bijdragen betaalde als zelfstandige in hoofdberoep of meewerkend partner.

Hoeveel bedraagt de uitkering?

Deze specifieke situatie valt niet meer onder de tijdelijke crisismaatregelen. Dat wil zeggen dat je geen volledige maanduitkering meer krijgt als je onderbreking korter is dan een maand.

Per periode van 7 opeenvolgende kalenderdagen onderbreking krijg je nu een uitkering van 322,92 euro (zonder gezinslast) of 403,53 euro (met gezinslast).

3. De subsidie Vlaams beschermingsmechanisme

Wanneer kom jij in aanmerking voor deze steun?

  1. Tussen 1 augustus en 30 september 2020 daalde je omzet met minstens 60%, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Het spreekt voor zich dat je zaak in die periode geopend was, je jaarlijkse sluitingsperiode niet meegerekend.
  2. Je voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op de eerste compensatiepremie of de hinderpremie. Je hoeft de premie dus niet effectief aangevraagd of ontvangen te hebben.
  3. Je kan het omzetverlies aantonen via dagontvangsten, geleverde prestaties of tijdsregistratie.
  4. Zelfstandige die woonachtig is in Vlaanderen

Hoeveel bedraagt de subsidie Vlaams beschermingsmechanisme?

De premie komt neer op 7,5% van je omzet in de periode 01/08/2019 – 30/09/2019

Dat bedrag is exclusief BTW en beperkt tot maximum € 15.000 per onderneming.

Voor zelfstandigen in bijberoep wordt deze premie gehalveerd. Dat is eveneens het geval als je zaak minder openingsdagen telt dan in de maanden augustus en september van vorig jaar.

Waar vraag je de premie aan?

Aan te vragen vóór 15 november 2020 op de website van VLAIO

Bron: klik hier

4. Nieuw Vlaams Beschermingsmechanisme

Wanneer kom jij in aanmerking voor deze steun?

  1. Tussen 1 oktober en 18 november 2020 daalde je omzet met minstens 60%, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Het spreekt voor zich dat je zaak in die periode geopend was, je jaarlijkse sluitingsperiode niet meegerekend.
  2. Je voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op de eerste compensatiepremie of de hinderpremie. Je hoeft de premie dus niet effectief aangevraagd of ontvangen te hebben.
  3. Je kan het omzetverlies aantonen via dagontvangsten, geleverde prestaties of tijdsregistratie.
  4. Zelfstandige die woonachtig is in Vlaanderen

Hoeveel bedraagt de steun?

De steun bedraagt 10% van de omzet exclusief btw tijdens dezelfde periode in 2019.
Zelfstandigen in bijberoep krijgen 5% steun.
Voor ondernemingen die nog niet gestart waren in 2019, wordt de omzetdaling vergeleken met de verwachte omzet zoals vermeld in het financieel plan.

De maximale steun bedraagt:

  • Bij keuze voor referentieperiode 1 oktober tot 15 november 2020:
    • € 11.250 voor ondernemingen met < 9 werknemers
    • € 22.500 voor ondernemingen met  10 werknemers of meer
  • Bij keuze voor referentieperiode 19 oktober tot 18 november 2020 én voor wie verplicht gesloten is:
    • € 7.500 voor ondernemingen met < 9 werknemers
    • € 15.000 voor ondernemingen met > 10 werknemers

Wie verplicht moet sluiten, moet omzetdaling niet aantonen

Café’s en restaurants die van 19 oktober tot 18 november 2020 verplicht gesloten zijn door de federale en Vlaamse coronavirusmaatregelen, moeten hun omzetdaling niet aantonen.
Deze afwijking geldt niet voor ondernemingen waarvan de omzet in dezelfde periode van 2019 50% of meer betrekking heeft op take away-activiteiten. Zij moeten dus wél een omzetdaling aantonen.
Ook voor hen bedraagt de subsidie 10% (of 5% in geval van bijberoep) van de omzet, exclusief btw, met een maximale subsidie van € 7.500 tot 9 werknemers en maximaal € 15.000 vanaf 10 werknemers.

Waar vraag je de premie aan?

Aan te vragen vanaf 16 november 2020 op de website van VLAIO

Bron: klik hier

5. Uitstel/vrijstelling van sociale bijdragen

5.1 Uitstel van betaling en kwijtschelding verhogingen

U kunt een schriftelijke aanvraag indienen bij uw sociaal verzekeringsfonds om de betaling van uw voorlopige sociale bijdragen uit te stellen.
De maatregel geldt voor de voorlopige bijdragen van het derde en vierde kwartaal van 2020.

Voor meer informatie gelieve contact op te nemen met het sociale verzekeringsfonds bij wie u bent aangesloten.

5.2 Vermindering van voorlopige bijdragen

U kan als zelfstandige een vermindering aanvragen van de voorlopige sociale bijdragen op voorwaarde dat de beroepsinkomsten lager liggen dan één van de wettelijke drempels.

5.3 Vrijstelling van bijdragen

Zelfstandigen in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten die hun sociale bijdragen niet kunnen betalen, kunnen vrijstelling van bijdragen vragen.
Opgelet, een vrijstelling is verschillend van uitstel!

Vrijstelling wil zeggen dat je een aanvraag indient om de sociale bijdragen volledig niet te moeten betalen.

De vrijstelling van bijdragen kan geheel of gedeeltelijk worden toegekend.

Je kunt vrijstelling vragen voor de voorlopige bijdragen of voor het bijdragesupplement na een regularisatie van het beroepsinkomen.

Belangrijk:
vrijgestelde kwartalen komen niet in aanmerking voor pensioenopbouw.

Deze vrijstelling kan enkel aangevraagd worden voor hoofdberoepers en meewerkende echtgenotes in het maxi-statuut.

Je kan enkel vrijstelling aanvragen als je 4 kwartalen bezig bent als zelfstandige.

De aanvraag dient te gebeuren via het sociaal verzekeringsfonds.

Wij adviseren hierin om eerst het uitstel aan te vragen en eventueel later de vrijstelling aan te vragen mocht het nodig zijn.

6. Ziekte-uitkering

Het is uiteraard niet uitgesloten dat jij als zelfstandige zelf het coronavirus oploopt. In dat geval ben je arbeidsongeschikt.
Ben je langer dan 8 dagen arbeidsongeschikt, dan heb je vanaf de eerste dag recht op een uitkering van het ziekenfonds.
Ben je ziek? Contacteer dan zo snel mogelijk je arts en je ziekenfonds.
De uitkering van het ziekenfonds wordt ten vroegste uitbetaald vanaf de datum waarop je arts je getuigschrift van arbeidsongeschiktheid uitschrijft.

7. Vlaamse overheid voorziet Covid-19 toeslag voor kwetsbare gezinnen

Elk gezin bij wie het inkomen met minstens 10% daalde omwille van het coronavirus, en bij wie het gezinsinkomen onder de grens van € 2.213,30 (bruto) per maand ligt, kan rekenen op een tijdelijke toeslag. Gespreid over 3 maanden krijg je per kind 40 euro steun. Op deze pagina lees je alle voorwaarden en hoe je de toeslag moet aanvragen.

 

Het is perfect mogelijk dat je als zelfstandige beroep doet op meerdere maatregelen.
Spring niet te lichtzinnig om met je aanvraag. Kan je je activiteiten blijven uitoefenen? Doe het dan zeker.
Laat de steunmaatregelen aan je collega-zelfstandigen die het echt nodig hebben.
Bovendien vermijd je zo dat je bij een controle een onterecht gekregen uitkering moet terugbetalen.

Autofiscaliteit vanaf 2020

Autofiscaliteit vanaf 2020

Autofiscaliteit vanaf 2020

Hoeveel is jouw wagen aftrekbaar vanaf 2020 in jouw éénmanszaak of in jouw vennootschap?

Autofiscaliteit vanaf 2020 in vennootschap

De aftrekbaarheid van personenwagens in de vennootschap is sinds 2020 gewijzigd voor vennootschappen met een boekjaar ten vroegste gestart vanaf 01.01.2020

Indien CO2 uitstoot 200 gr/km of meer is: aftrek = 40%

Indien CO2 uitstoot lager is dan 200 gr/km dan is volgende berekeningsformule van toepassing:

120 – (0.5 x aantal gr/km CO2 x coëfficiënt brandstoftype)

De aftrek is maximum 100% en minimum 50%

De coëfficiënt is 1 voor een dieselmotor, 0,95 voor een benzinemotor en 0,90 voor een aardgasmotor.

De brandstofkosten zullen voortaan aftrekbaar zijn aan hetzelfde aftrek percentage (voordien was dit 75%)

 

Autofiscaliteit vanaf 2020 in éénmanszaak

Heeft u uw wagen aangeschaft vóór 01/01/2018?

Is dit geval is uw wagen minimum voor 75% aftrekbaar

Mocht blijken uit de formule 120 – (0.5 x aantal gr/km CO2 x coëfficiënt brandstoftype) dat hij wagen meer aftrekbaar is, mag u dit voordeliger percentage toepassen.

 

Heeft u uw wagen aangeschaft na 01/01/2018?

Indien CO2 uitstoot 200 gr/km of meer is: aftrek = 40%

Indien CO2 uitstoot lager is dan 200 gr/km dan is volgende berekeningsformule van toepassing:

120 – (0.5 x aantal gr/km CO2 x coëfficiënt brandstoftype)

De aftrek is maximum 100% en minimum 50%

De coëfficiënt is 1 voor een dieselmotor, 0,95 voor een benzinemotor en 0,90 voor een aardgasmotor.

Deze nieuwe regels gelden zowel voor vaste autokosten als voor brandstofkosten (voordien was dit 75%).

Het kan dus best zijn dat de autokosten van jouw recent aangekochte wagen vanaf dit jaar minder aftrekbaar is.

 

Elektrische wagens

De fiscale aftrek van elektrische personenwagens is vanaf aanslagjaar 2021 (boekjaar ten vroegste gestart vanaf 01.01.2020) bedraagt 100% (voordien was dit 120%)

De elektriciteit is in uw vennootschap 100% aftrekbaar voor het voeden van deze wagen.  In een eenmanszaak is de elektriciteit aftrekbaar à rato uw beroepsmatig gebruik.

 

WLTP / NEDC

Vanaf 01.09.2018 wordt het officiële CO2-uitstootgehalte van alle nieuwe personenwagens vastgesteld volgens de nieuwe WLTP norm (ipv NEDC norm).

De administratie had beslist om de nieuwe WLTP norm als basis te gebruiken voor de hierbovenvermelde berekening maar is hier op teruggekomen.

U mag nog steeds de oude NEDC-norm toepassen maar indien zou blijken dat de WLTP norm voordeliger zou zijn mag u de WLTP norm toepassen.

 

Heeft u toch nog vragen over deze wijziging of u wil weten hoeveel uw wagen momenteel aftrekbaar is aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.

 

 

verhoogde investeringsaftrek

Investeringsaftrek naar 25% voor investeringen tussen 12 maart en 31 december 2020

Investeringsaftrek naar 25% voor investeringen tussen 12 maart en 31 december 2020

De investeringsaftrek is een fiscaal voordeel waarbij een bepaald percentage van de waarde van investeringen bijkomend kan afgetrokken worden van de belastbare winst.

De investeringsaftrek ten belope van 25% geldt voor alle nieuwe, afschrijfbare investeringen die gebeuren tussen 12 maart en 31 december 2020.

De investering dient 100% beroepsmatig te zijn.

Eenmanszaken, vrije beroepers en ‘KMO’ondernemingen kunnen aanspraak maken op dit voordeel.

Dit jaar lag de investeringsaftrek standaard op 8 procent.

De overheid heeft beslist dat de investeringsaftrek wordt opgetrokken naar 25 procent.

Voor digitale en energie besparende investeringen geldt er een investeringsaftrek van 13.5 procent.

 

Voorbeeld:

U investeert in een nieuwe machine van 20.000 EUR tijdens de hierboven vermelde periode.  U verwacht dat deze machine 10 jaar zal meegaan en schrijft deze bijgevolg 10 jaar af.

Voor deze investering zal u jaarlijks 2.000 EUR (20.000 / 10) in aftrek kunnen nemen.

Dit jaar zal u voor deze investering een bijkomende aftrek kunnen genieten van (20.000 x 25%) = 5.000 EUR op uw resultaat.

Indien u, omwille van corona, verlieslatend bent, zal u de investeringsaftrek kunnen overdragen naar de 2 volgende jaren.

Heeft u toch nog vragen over deze wijziging dan kan u vrijblijvend contact met ons opnemen.

 

Bron

Corona ondersteuningspremie, overbruggingsrecht en heropstart

De Vlaamse en Federale regering heeft bijkomende maatregelen genomen door de gevolgen van COVID-19.
In dit artikel geven wij u alvast een overzicht van de bijkomende maatregelen voor zelfstandigen en werkgevers

In ons vorig artikel hadden we het reeds over de corona hinderpremie en corona compensatiepremie welke tot 30 juni 2020 kon worden aangevraagd.

1. Corona ondersteuningspremie (Vlaanderen)

De Vlaamse regering heeft opgemerkt dat heel wat bedrijven ook na heropstart financiële moeilijkheden ondervinden.
Om deze reden werd de corona ondersteuningspremie in het leven geroepen.

Je komt in aanmerking als je tot één van de volgende categorieën behoort:

Voor zelfstandigen en bedrijven:

  • Zelfstandige in hoofdberoep
  • Zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen (netto belastbaar inkomen) heeft van minstens € 13.993,78
  • Zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen (netto belastbaar inkomen) heeft tussen € 6.996,89 en € 13.993,78 en als loontrekkende minder dan 80% is tewerkgesteld (= helft van de premie)
  • Een vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht met minstens 1 voltijds equivalent werkend vennoot of minstens 1 voltijds equivalent bij de RSZ ingeschreven personeelslid
  • Een buitenlandse onderneming met vergelijkbaar statuut met minstens 1 voltijds equivalent werkend vennoot of minstens 1 voltijds equivalent bij de RSZ ingeschreven personeelslid
  • Een vereniging met economische activiteit met minstens 1 voltijds equivalent bij de RSZ ingeschreven personeelslid.

Welke activiteit moet jouw onderneming uitoefenen om in aanmerking te komen voor de subsidie?

Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen:

  • de onderneming die verplicht werd te sluiten en waarbij haar locatie verplicht gesloten was ingevolge de coronamaatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad, zoals bepaald bij de corona hinderpremie
  • de onderneming die niet verplicht werd te sluiten maar een omzetdaling van minstens 60 % heeft geleden zoals bepaald bij de corona compensatiepremie

Welke omzetdaling moet je aantonen om  in aanmerking te komen voor de subsidie?

De onderneming moet een omzetdaling van minstens 60% hebben ten gevolge van vermelde exploitatiebeperkingen door de coronamaatregelen in de doorstartperiode. Dit is de periode waarin de onderneming doorstart na de versoepeling van de coronamaatregelen. De referentieperiode is de overeenkomstige maand in 2019.

Kwam je in aanmerking voor de corona hinderpremie wegens verplichte sluiting van je fysieke locatie, dan moet je een omzetdaling vna minstens 60% in de maand die volgt op de opheffing van deze verplichte sluiting kunnen aantonen.  Concreet betreft het volgende heropeningsdata:

18 april 2020 Doe-het-zelfzaken en tuincentra
20 april 2020 Dierenpensions/-hotels
4 mei 2020 Stoffenwinkels
11 mei 2020 Detailhandel
18 mei 2020 Contactberoepen (kapsalons en schoonheidssalons, pedicure, dierentrimsalons, …)
Sportaccomodaties
Musea
Dierentuinen, …
8 juni 2020 Horeca en toerisme
1 juli 2020 Wellnesscentra, met inbegrip van sauna’s
Casino’s en speelautomatenhallen
Pretparken en binnenspeeltuinen
Bioscopen
Publiek toegankelijke zwembaden
Feestzalen
Ook markten en kermissen kunnen terug georganiseerd worden.

 

Kwam je in aanmerking voor de compensatiepremie dan moet je een omzetdaling van minstens 60% in de periode van 1 mei tot 31 mei 2020 kunnen aantonen met de referentieperiode van 1 mei 2019 tot en met 31 mei 2019.

Wat als je een startende onderneming bent?

Dan vergelijk je de gerealiseerde omzet in de periode van heropening in 2020 met de verwachte omzet uit je financieel plan voor die zelfde periode. Startende ondernemingen die geen financieel plan moesten neerleggen bij opstart (bv. eenmanszaken) moeten een financieel plan opstellen om de lagere omzet te verantwoorden.

2. Verlening tijdelijke corona overbruggingsrecht

Overbruggingsrecht voor sectoren die vrijwillig sluiten voor minstens 7 dagen in juli en augustus en mits bewijzen daling van inkomsten/omzet/bestelling werd het overbruggingsrecht verlengd tot en met 31 augustus 2020.

Wie nog niet kan heropstarten, kan tijdens de maanden juli en augustus 2020 in de volgende situaties nog steeds in aanmerking komen voor het bestaande tijdelijk corona-overbruggingsrecht, wanneer aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Verplichte gedeeltelijke of volledige sluiting opgelegd door de Nationale Veiligheidsraad: Je komt meteen in aanmerking voor de toekenning van het overbruggingsrecht. Er is dus geen minimumduur van onderbreking vereist. Het gaat hier om de volgende activiteiten:
    • jacuzzi’s, stoomcabines en hammams, behalve indien hun gebruik privé is;
    • discotheken en dancings;
    • massa-evenementen die doorgaans worden georganiseerd voor meer dan 200 personen binnen (vanaf augustus 400 personen) of voor meer dan 400 personen buiten (vanaf augustus 800 personen);
  • Geen opgelegde sluiting door de Nationale Veiligheidsraad maar je bent gedwongen om je zelfstandige activiteit volledig of gedeeltelijk te onderbreken: omdat je afhankelijk bent van een activiteit die is vermeld in het vorige punt. Je komt meteen in aanmerking voor de toekenning van het overbruggingsrecht. Er is dus geen minimumduur van onderbreking vereist. Je moet wel de band van afhankelijkheid aantonen;
  • Geen opgelegde sluiting door de Nationale Veiligheidsraad en je bent niet afhankelijk van dergelijke activiteit: maar je ziet je wel genoodzaakt om als gevolg van de coronacrisis je activiteit volledig te onderbreken gedurende een periode van ten minste 7 opeenvolgende kalenderdagen tijdens de betrokken kalendermaand.
    In deze situatie geldt er een striktere bewijslast:

    • Je moet aantonen dat de onderbreking een onmiddellijk gevolg van het coronavirus is, omdat het nog steeds onmogelijk is om de zelfstandige activiteit opnieuw op te starten.
    • Je moet dit oorzakelijk verband aantonen aan de hand van objectieve elementen, zoals een aanzienlijke daling van de inkomsten, van de activiteit (daling van de reserveringen, daling van de bezettingsgraad, stijging van het aantal annuleringen, enz.), onderbroken leveringen, een daling van de verkoop of een attest van quarantaine.
    • Het is niet voldoende om enkel beperkingen door de regels van de social distancing in te roepen. De aanwezigheid van het oorzakelijk verband zal worden gecontroleerd, zowel voorafgaand aan de toekenning van de uitkering als achteraf.

Als je eenzelfde zelfstandige activiteit uitoefent in verschillende ondernemingen, dan moet de zelfstandige activiteit in alle ondernemingen worden onderbroken omwille van het coronavirus. Als je verschillende zelfstandige activiteiten uitoefent, dan moeten de voorwaarden vervuld zijn voor elk van die activiteiten.

Als je doorgaans enkel evenementen organiseert die nog steeds verboden zijn in juli en augustus 2020, dan mag je je activiteit omvormen tot bijvoorbeeld het organiseren van kleinere “events” (genre zomerbars, kleinschalige festivals, …).  Dergelijke omvorming verhindert de verdere toekenning van het corona-overbruggingsrecht niet.

Om in aanmerking te komen moet je als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd zijn in België. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zelfstandigen die recht hebben op de volledige uitkering of een gedeeltelijke uitkering:

Recht op de volledige uitkering

Hiervoor komen in aanmerking:

  • De zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • De zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep;
  • De zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep;
  • De student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

Recht op de gedeeltelijke uitkering

Hiervoor komen in aanmerking:

  • De zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 6.996,89 en € 13.993,77;
  • De zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 6.996,89 en € 7.330,52;
  • De student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen € 6.996,89 euro en € 13.993,77;
  • De actief gepensioneerde zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan € 6.996,89.

Omvang steun

De maandelijkse uitkering verschilt in functie van de gezinslast (zonder gezinslast en met gezinslast). Om de gezinssituatie te bepalen is er geen attest van het ziekenfonds vereist en volstaat een verklaring op eer van de zelfstandige dat hij al dan niet een gezinslast heeft.

met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.614,10  € 1.291,69
Gedeeltelijke uitkering
€ 807,05 € 645,85

Het recht wordt ook toegekend indien je als zelfstandige al in het verleden genoten hebt van het maximum aantal maandelijkse uitkeringen in het overbruggingsrecht. Bovendien tellen de periodes in het kader van deze tijdelijke maatregel niet mee voor het maximale aantal toekomstige toekenningen van de maandelijkse uitkeringen in het overbruggingsrecht.

Cumulering met vervangingsinkomen

De cumulatie van de financiële uitkering in het kader van deze tijdelijke crisismaatregel met een vervangingsinkomen is toegelaten, op voorwaarde dat voldaan is aan alle andere voorwaarden om de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht te genieten.

Dit impliceert dat een zelfstandige, die zijn zelfstandige activiteit reeds heeft onderbroken omwille van andere redenen dan Covid-19, niet in aanmerking komt voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht.

Voorbeeld: De zelfstandige geniet arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in de periode van 15 november 2019 tot 30 juni 2020. Zijn zelfstandige activiteit is bijgevolg reeds onderbroken. Hij kan deze geen tweede keer onderbreken omwille van Covid-19 en komt dus niet in aanmerking voor de tijdelijke crisismaatregel.

Het is echter wel mogelijk de tijdelijke crisismaatregel binnen één en dezelfde maand te cumuleren met een ander vervangingsinkomen (en dit in tegenstelling tot hetgeen het geval is in het klassieke overbruggingsrecht). Voorbeeld: De zelfstandige geniet arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van 15 november 2019 tot 16 maart 2020. Indien hij de voorwaarde in het kader van de onderbreking vervult, kan hij de tijdelijke crisismaatregel genieten in maart en april en dit ondanks het feit dat hij in deze maand reeds (gedeeltelijk) arbeidsongeschiktheidsuitkeringen genoot.

OPGELET: Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de halve uitkering, mag de som van die gedeeltelijke uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen per maand niet hoger zijn dan € 1.614,10. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

Fiscaal is het nu ook zo dat het overbruggingsrecht belast zal worden aan 16.5% in plaats van het marginaal tarief.
De voorwaarde hiervoor is dat het bedrag van het overbruggingsrecht samen me andere eventuele uitkeringen en vergoedingen niet hoger mag liggen dan het netto inkomen die de zelfstandige de voorbije vier jaar uit de zijn activiteit behaalde.

 

3. Overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart (relance-uitkering of heropstart-overbruggingsrecht)

Voor de maanden juni, juli en augustus 2020 wordt er voor zelfstandigen een vervangingsinkomen voorzien als er kan worden aangetoond dat de activiteit voor het tweede kwartaal van 2020 een omzetverlies of vermindering van bestellingen kent van minstens 10% in vergelijking met het tweede kwartaal van 2019, als gevolg van het coronavirus.

Wie komt in aanmerking

Het overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart kent in de maanden juni, juli en augustus 2020 een uitkering toe aan zelfstandigen die, in de eerste fase van de COVID-19-crisis, verplicht werden om hun zelfstandige activiteit te onderbreken door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid en die toegelaten worden hun zelfstandige activiteit opnieuw op te starten.

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor dit overbruggingsrecht:

  • Je bent als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd in België;
  • Op 3 mei 2020 was je activiteit nog verboden of beperkt door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid. Als je actief bent in verschillende ondernemingen en/of verschillende sectoren, dan moet je hoofdactiviteit aan die voorwaarde voldoen. (Komen niet in aanmerking als verboden of beperkingen: de regels inzake sociale distancing voor toegelaten activiteiten, de toegangsmodaliteiten voor de grootwarenhuizen, doe-het-zelfzaken met een algemeen assortiment, tuincentra, boomkwekerijen en groothandels bestemd voor professionelen, de verboden kortingsacties in handelszaken en winkels en het sluitingsuur voor nachtwinkels.)
    Het gaat o.m. om de volgende activiteiten:

    • de horeca;
    • de non-food detailhandel (met uitzondering van doe-het-zelfzaken, tuincentra en dagbladhandels die al eerder konden openen);
    • de markten (zowel de klassieke marktkramen als de mobiele verkopers van gebraden kippen en ijskarren en andere foodtrucks);
    • de kappers en schoonheidsspecialisten;
    • de reisbureaus met kantoor/ontvangstruimte “front office”, die als een handelszaak moeten beschouwd worden (en dus niet enkel online actief zijn);
    • de autocarbedrijven die hoofdzakelijk het vervoer van personen verzorgen in het kader van recreatieve activiteiten zoals groepsuitstappen en reizen (en die dus niet hoofdzakelijk in onderaanneming voor regionale busmaatschappijen actief zijn);
  • Je activiteit mag opnieuw opgestart worden, zonder andere beperkingen dan de regels inzake sociale distancing;
  • Je kan aantonen dat je activiteit voor het tweede kwartaal van 2020 een omzetverlies of vermindering van bestellingen kent van minstens 10% in vergelijking met het tweede kwartaal van 2019, als gevolg van het coronavirus. Je moet bij je aanvraag objectieve elementen voegen (bij voorkeur een attest van de boekhouder) die dit aantonen. Je verklaring zal achteraf worden gecontroleerd. Hou dus de nodige stavingsstukken (bijvoorbeeld btw-raming) ter beschikking;
  • Je krijgt voor dezelfde maand geen corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit.

Enkele voorbeelden:

  • kappers mochten heropstarten vanaf 18 mei 2020 en komen in aanmerking voor de uitkering voor de maanden juni, juli en augustus 2020;
  • restaurants mochten heropstarten vanaf 8 juni 2020 en komen in aanmerking voor de uitkering voor de maanden juli en augustus 2020 (in juni hebben zij nog recht op het corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit);
  • activiteiten die vanaf 1 juli 2020 mogen heropstarten, komen in aanmerking voor de uitkering voor de maanden juli en augustus 2020.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de uitkering:

  • De zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • De zelfstandige in bijberoep die wettelijke voorlopige bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep;
  • De zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep;
  • De student-zelfstandige die wettelijke voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

Omvang steun

De maandelijkse uitkering verschilt in functie van de gezinslast (zonder gezinslast en met gezinslast).

met gezinslast
zonder gezinslast
Volledige uitkering
€ 1.614,10  € 1.291,69

De uitkering kan gecumuleerd worden met (tijdelijke) werkloosheid. Maar je kan de uitkering niet cumuleren met het corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit.

De uitkering kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je vermindering van voorlopige bijdragen, uitstel van betaling of vrijstelling van bijdragen aanvragen.

Aaanvraagprocedure

Het overbruggingsrecht bij heropstart van de activiteit moet worden aangevraagd bij je sociaal verzekeringsfonds.

UPDATE 20/03/2020: Maatregelen voor zelfstandigen en werkgevers door Corona

De federale regering heeft verschillende maatregelen genomen door de gevolgen van COVID-19.
In dit artikel geven wij u alvast een overzicht van de verschillende maatregelen voor zelfstandigen en werkgevers

1. Sociale bijdragen

1.1 Uitstel van betaling en kwijtschelding verhogingen

U kunt een schriftelijke aanvraag indienen bij uw sociaal verzekeringsfonds om de betaling van uw voorlopige sociale bijdragen uit te stellen.
De maatregel geldt voor de voorlopige bijdragen van het eerste en tweede kwartaal van 2020.
Het uitstellen van de betaling heeft tot gevolg dat de bijdrage van het eerste kwartaal 2020 dient te worden betaald vóór 31 maart 2021 en de bijdrage van het tweede kwartaal 2020 vóór 30 juni 2021.

Deze aanvraag moet gebeuren:
* vóór 31/3/2020 om voor het eerste en tweede kwartaal van 2020 een uitstel van betaling te krijgen;
* vóór 15/6/2020 om voor tweede kwartaal van 2020 een uitstel van betaling te krijgen;

Voor meer informatie gelieve contact op te nemen met het sociale verzekeringsfonds bij wie u bent aangesloten.

1.2 Vermindering van voorlopige bijdragen

U kan als zelfstandige een vermindering aanvragen van de voorlopige sociale bijdragen op voorwaarde dat de beroepsinkomsten lager liggen dan één van de wettelijke drempels.

1.3 Vrijstelling van bijdragen

Zelfstandigen in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten die hun sociale bijdragen niet kunnen betalen, kunnen vrijstelling van bijdragen vragen.
Opgelet, een vrijstelling is verschillend van uitstel!

Vrijstelling wil zeggen dat je een aanvraag indient om de sociale bijdragen volledig niet te moeten betalen.

De vrijstelling van bijdragen kan geheel of gedeeltelijk worden toegekend.

Je kunt vrijstelling vragen voor de voorlopige bijdragen of voor het bijdragesupplement na een regularisatie van het beroepsinkomen.

Belangrijk:
vrijgestelde kwartalen komen niet in aanmerking voor pensioenopbouw.

Deze vrijstelling kan enkel aangevraagd worden voor hoofdberoepers en meewerkende echtgenotes in het maxi-statuut.

Je kan enkel vrijstelling aanvragen als je 4 kwartalen bezig bent als zelfstandige.

De aanvraag dient te gebeuren via het sociaal verzekeringsfonds.

Wij adviseren hierin om eerst het uitstel aan te vragen en eventueel later de vrijstelling aan te vragen mocht het nodig zijn.

2. Overbruggingsrecht

Zelfstandigen onder de vorm van een vennootschap en hun onderneming volledig moeten sluiten omwille van de maatregel in het kader van het corona virus zullen ook recht hebben op de financiële uitkering.
Het feit dat de zelfstandige bedrijfsleider of bestuurder nog bezoldigingen ontvangt van de vennootschap, is geen beletsel om het overbruggingsrecht te genieten.

Zelfstandigen eenmanszaken in hoofdberoep en meewerkende echtgenotes in maxi statuut kunnen genieten van het overbruggingsrecht.

Zelfstandigen in bijberoep, gepensioneerden en student zelfstandigen NIET.

Het overbruggingsrecht wordt beschouwd als een vervangingsinkomen en kan niet gecombineerd worden met een andere uitkering.

Tijdens deze onderbreking mag je ook NIET aan de slag gaan als werknemer.

De startdatum van de ondernemer speelt geen rol.

Het overbruggingsrecht kan gecombineerd worden met Vlaamse Hinderpremie.

Overbruggingsrecht wordt uitbetaald door jouw sociaal verzekeringsfonds en dient dus ook bij hen aangevraagd te worden.

  • Actief in de horeca (ook als je je zaak niet helemaal sluit bvb. afhaalmaaltijden)
  • Andere sectoren bij volledige of gedeeltelijk verplichte sluiten en je activiteiten minsten 7 opeenvolgende dagen onderbreekt
  • Andere sectoren die uit voorzorg of omdat ze te weinig klanten hebben sluiten

U ontvangt een uitkering van 1.291,69 EUR (of 1.614,10 EUR met gezinslast) voor ofwel maart, ofwel april afhankelijk van in welke maand je je activiteiten voor minstens 7 opeenvolgende dagen onderbreekt.  Onderbreek je je activiteiten in beide maanden minstens 7 opeenvolgende dagen  dan krijg je zowel in maart als in april een uitkering overbruggingsrecht.

Kappers die al dan niet hun activiteit voortzetten komen ook in aanmerking voor het overbruggingsrecht ongeacht of ze al dan niet hun activiteit voortzetten.
Zij mogen dus de zaak sluiten ofwel slechts één klant per keer en op afspraak ontvangen.

Voor meer informatie gelieve contact op te nemen met het sociale verzekeringsfonds bij wie u bent aangesloten.

3. Btw, bedrijfsvoorheffing, personen- en/of vennootschapsbelasting

U kan bij de FOD Financiën een aanvraag indienen vóór 30/06/2020 tot het bekomen van:
– een afbetalingsplan;
– vrijstelling van nalatigheidsintresten;
– kwijtschelding van boeten wegens niet-betaling.

Meer info via deze link

De FOD Financiën heeft tevens bijkomende maatregelen genomen.
Een overzicht van deze bijkomende maatregelen vindt u hier

4. Vlaamse Hinderpremie

De Vlaamse Regering heeft de corona hinderpremie uitgebreid naar ALLE ondernemers (handelaars, horeca en dienstverleners) met een fysieke locatie die volledig moeten sluiten omwille van de nieuwe beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad

Ondernemers die minstens 1 voltijds en volwaardig inkomen hebben, komen in aanmerking voor de premie.

Dit geldt ook voor ambulante activiteiten (bv. marktkramers) die getroffen worden door het sluiten van de openbare markten.

De premie wordt toegekend per vestiging voor zover in de bijkomende vestigingen minstens één voltijds personeelslid tewerkgesteld is. Het aantal premies wordt beperkt tot maximaal vijf per onderneming.

In de horecasector is het verplicht sluiten van de eetruimte voldoende om van de premie te kunnen genieten, ook als zij nog afhaaldiensten organiseren.

Een zelfstandige in bijberoep komt ook in aanmerking voor de premie, op voorwaarde dat men de minimumbijdrage betaalt van een zelfstandige in hoofdberoep.

Wil je een volledig overzicht van welke ondernemingen recht hebben op de hinderpremie?  Klik dan hier

Bedrag van de premie:

  • Volledige sluiting: 4000€ en na 21 dagen 160€/dag
  • Weekend sluiting: 2000€ en na 21 dagen 160€/dag

Hoe aanvragen? Er kan momenteel geen aanvraag ingediend worden.  Vanaf 23 maart zou de toepassing klaar zijn.

Wij adviseren u om u te registreren door uw naam, voornaam en mailadres op te geven hier

De aanvraag moet binnen de dertig kalenderdagen na de verplichte sluitingsperiode ten gevolge van de coronomaatregelen worden ingediend.

De hinderpremie kan gecombineerd worden met het overbruggingsrecht.

 

Werkgevers met personeel kunnen beroep doen op volgende maatregelen:

1. Tijdelijke werkloosheid door overmacht of economische werkloosheid

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht zal kunnen ingeroepen worden in afwachting van de erkenning als ‘onderneming in moeilijkheden’.
Er dient hiervoor een aanvraag te worden ingediend bij de RVA.

Meer informatie via deze link

2. Betalingsplan voor sociale werkgeversbijdragen

Wat de socialezekerheidsbijdragen voor het eerste en tweede kwartaal van 2020 betreft, zal de COVID-19 problematiek worden aanvaard als een factor die minnelijke betalingstermijnen mogelijk maakt.

Meer informatie via deze link contacteer ons vrijblijvend.

3. Uitstel betaling bedrijfsvoorheffing

De overheid kent momenteel een uitstel tot betaling bedrijfsvoorheffing toe voor een periode van 2 maanden. Dit uitstel wordt toegekend voor alle sectoren.

Contacteer ons vrijblijvend indien u nog verdere vragen heeft.

Bestaande BVBA wordt BV

Bestaande BVBA wordt BV vanaf 01/01/2020!

Vanaf dan worden alle regels van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen dwingend voor alle bestaande vennootschappen.

In dit nieuwe wetboek wordt de BVBA vervangen door de BV (Besloten Vennootschap).

Bestaande BVBA wordt BV

Vanaf 01/01/2020 wijzigt de benaming van BVBA automatisch naar BV.

U dient op uw facturen, vennootschapsdocumenten, stempels, website enz de vermelding BVBA aan te passen naar BV.

Zaakvoerder wordt bestuurder

U handelt voortaan niet langer als zaakvoerder van uw BVBA maar als bestuurder van uw BV.

Aanpassing van statuten

U beschikt over een termijn van 4 jaar (t.e.m. 31/12/2023) om uw statuten aan te passen.

Wij adviseren om deze aanpassing door te voeren met een eventuele andere statutaire wijziging. Zo bespaart u een bezoek bij de notaris.

 

Naast de hierbovenvermelde wijzigingen zijn er nog andere regels die meteen van toepassing zijn:

  • Het kapitaal en de wettelijke reserve wordt in de boekhouding omgezet in een onbeschikbare eigen vermogensrekening.  Het begrip kapitaal is niet langer aanwezig.
  • Het uitkeren van een tantième of een dividend wordt begrensd in functie van een netto-actieftest en liquiditeitstest.

De bovenvermelde opsomming omvat niet alle wijzigingen maar geeft u alvast een idee over de belangrijkste zaken waarmee u rekening dient te houden.

Heeft u toch nog vragen over deze wijziging dan kan u vrijblijvend contact met ons opnemen.

Afronden cashbetalingen

Afronden cashbetalingen

Afronden cashbetalingen verplicht vanaf 1 december 2019

Het afronden van cashbetalingen is verplicht voor alle ondernemingen (zowel eenmanszaken als vennootschappen) vanaf 1 december 2019.
De munten van 1 en 2 cent blijven momenteel nog geldig als betaalmiddel.

Hoe gaat het afronden in zijn werk?

Het totaalbedrag van alle aankopen die de klant cash betaalt moet worden afgerond.
Het is dus niet de bedoeling om de prijs van elk afzonderlijk artikel gaan af te ronden!

Ondernemingen moeten cashbetalingen door de consument afronden wanneer:

  • de betaling gebeurt in gezamenlijke fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming
    en
  • het te betalen bedrag groter is dan 5 cent.

Afronden is niet toegelaten in geval van verkoop op afstand (bijvoorbeeld via internet) en tussen particulieren of ondernemingen.

Ondernemingen kunnen vrij beslissen om de afronding toe te passen op andere betalingswijzen.
In dat geval dienen ze dezelfde voorwaarden te respecteren en moeten de regels van het afronden worden toegepast voor al hun klanten en betalingswijzen.

Welke regels dienen er te worden gevolgd?

Een onderneming die de afronding toepast, moet volgende regels volgen:

  • wanneer u enkel betalingen in cash afrondt, dient u enkel op het gedeelte betaald in cash af te ronden
    (ook als de betaling gedeeltelijk in cash en gedeeltelijk met een andere betalingswijze gebeurt);
  • mocht de onderneming beslissen om de afronding ook toe te passen op andere betalingswijzen (dan de betaling in cash), dient de afronding te gebeuren op het totaalbedrag
    (zelfs als de betaling deels in cash en deels met een ander betalingsmiddel gebeurt).
    In dat geval afficheert de onderneming duidelijk zichtbaar de volgende wettekst: “Het totaalbedrag wordt altijd afgerond”;
  • het kassaticket of bewijsdocument dient zowel het niet afgerond (totaal te betalen) bedrag als als het afgeronde bedrag te vermelden.
    (ongeacht het werkelijk in cash betaalde of het werkelijke totaal betaalde bedrag)

De regels van de afronding

Het totaalbedrag moet worden afgerond naar het dichtste veelvoud van 5 cent, ofwel het lagere ofwel het hogere.

  • Eindigt het totaalbedrag op 1 of 2 cent, dan dient u af te ronden naar het lagere x,x0.
  • Het te betalen totaalbedrag dat eindigt op 3, 4, 6 of 7 cent, wordt afgerond naar x,x5.
  • Indien het totaalbedrag eindigt op 8 of 9 cent, wordt dit bedrag afgerond naar het hogere x,(x+1)0.

 

Meer informatie vindt u terug op volgende website van de overheid:
https://economie.fgov.be/nl/themas/verkoop/prijsbeleid/betalingen/afronden-van-cashbetalingen-de

Lees ook zeker de veelgestelde vragen door ondernemingen:
https://economie.fgov.be/nl/themas/verkoop/prijsbeleid/betalingen/afronding-van-cashbetalingen/afronden-van-cashbetalingen-0